Implementatie patiëntenversie zorgstandaard CVA/TIA in het Catharina Ziekenhuis

Nelleke van Westering is Master Neurorevalidatie in het Catharina Ziekenhuis te Eindhoven. Ze houdt zich bezig met het vertalen van de wetenschap naar de praktijk, gericht op ontwikkelingen van het neuro-verpleegkundige vakgebied. Het Catharina Ziekenhuis was een van de vier CVA-ketens die deelnam aan de implementatie van de patiëntenversie van de zorgstandaard CVA/TIA. Nelleke van Westering was hier nauw bij betrokken. Participatiekompas vroeg haar naar de ervaringen.

Voor de afdeling is door patiëntenparticipatie opnieuw duidelijk geworden waar de behoefte van de patiënt/naaste ligt in de acute fase.

'Samen met een collega heb ik meegewerkt aan de pilot voor het invoeren van de patiëntenversie 'Goede zorg na een beroerte/TIA' in de acute fase. We hebben ervoor gekozen om met twee personen deze patiëntenversie uit te reiken en het gesprek met de patiënt/naaste te doen. Op deze manier konden we goed onderbouwde feedback teruggeven aan het CBO en kon ik mijn ervaring/kennis over de grenzen van het ziekenhuis heen op mijn collega kon overdragen. De pilot heeft drie maanden geduurd.'

De patiënt wordt betrokken

Van Westering vertelt dat de contactpersoon kennis maakte met de patiënt en naaste en een gesprek plande. Tijdens de pilot waren Van Westering en haar collega de contactpersonen. In de uitrol van de patiëntenversie zou dit ook een verpleegkundige aan het bed kunnen zijn. 'Indien de situatie van de patiënt het niet toe liet om aanwezig te zijn, werd het gesprek alleen met de naaste gevoerd. Soms gebeurde dit op de kamer en soms elders. In dit gesprek kreeg men van de contactpersonen uitleg over het zorgproces en als naslagwerk werd het boekje overhandigd. Er werd speciaal aandacht gevestigd op de tips die in het boekje stonden die als voorbereiding op een gesprek met zorgverleners kan worden gebruikt.' Van Westering vindt dat de patiëntenversie een duidelijk beeld geeft welke zorg de patiënt en zijn naaste mag verwachten in het totale zorgproces CVA of TIA.
'Het gesprek had een open insteek', gaat Van Westering verder. 'Er werd ingegaan op de emotie, vragen en/of onzekerheden die leven bij de patiënt/naaste. Omdat de vragen vanuit de naaste gaan over het hier (ziekenhuisfase), nu (wat betekent dit in het gezin) en de toekomst (revalidatieproces, terugkeer naar werk, vakantieplannen, etc.) is het belangrijk dat de zorgverlener een brede kennis bezit van de patiënt met een CVA/TIA en de mogelijkheden in de totale zorgketen.'
Indien er behoefte was aan een vervolggesprek konden naasten dit op de afdeling regelen. Zij kregen daarbij een visitekaartje van de contactpersoon. Tenslotte werd de patiënt/naaste gevraagd of zij wilden meewerken aan de pilot van het CBO.

Een gesprek wordt gewaardeerd

Van Westering vertelt dat naasten het vooral hebben gewaardeerd dat er iemand was die tijd maakte om letterlijk bij hen te gaan zitten, naar hen te luisteren, begrip hadden voor het feit dat het hele gezin in een klap ontwricht is en de onzekerheid waarin men verkeert. 'Empathie tonen en kunnen luisteren zijn hierin belangrijke kwaliteiten die een medewerker moet bezitten', zegt Van Westering.
'Voor de afdeling is door patiëntenparticipatie opnieuw duidelijk geworden waar de behoefte van de patiënt/naaste ligt in de acute fase. Deze periode is vaak kort en heftig en is voor elke patiënt/naaste anders. Maar behoefte aan oprechte aandacht is er bij iedereen.'

Aandachtspunten

'Het was niet altijd makkelijk voor de contactpersoon om in te schatten op welk moment de naaste open staat voor het gesprek. Dit kon niet gekoppeld worden aan een bepaalde dag in het zorgproces. De opnameduur van deze patiënten is kort (3-6 dagen) en er wordt in korte tijd veel informatie gegeven door arts, verpleeglundige en therapeuten. Het bepalen van een tijdstip voor dit gesprek was daar moeilijk in te passen. De patiëntenversie met tips werd vaak overhandigd als er al gesprekken met arts en verpleegkundige waren geweest. Na overleg met het team is geconcludeerd dat het wenselijk is om de patiëntenversie bij opname direct aan de naaste mee te geven en hier in het zorggesprek op terug te komen. Het zorggesprek wordt gedaan door de verpleegkundige en deze is al een bekend gezicht voor de patiënt en naaste. Nog een zorgverlener toevoegen lijkt ons te veel in de acute fase. Wel moet duidelijk zijn op de afdeling wie bij vragen, die verder reiken dan de acute fase, ingeschakeld kan worden.'

'Het gesprek kon niet altijd met patiënt en naaste gedaan worden gezien de ernst van het CVA. In dat geval is in eerste instantie gekozen om bij de patiënt op de kamer te blijven zitten. Indien de naaste behoefte had om apart te zitten werd dit gedaan. Informatie uit de patiëntenversie vertoont overlap met de informatiemap die de patiënt ontvangt tijdens de opname. De patiëntenversie geeft informatie die verder gaat dan de ziekenhuisperiode. Daarom heeft het onze voorkeur om deze brochure met name aan de naaste te overhandigen, terwijl de patiënt informatie op maat krijgt (in de informatiemap).'
Van Westering ziet ook een overload aan mondelinge en schriftelijke informatie. Zij adviseert dat zorgverleners hier structuur in aanbrengen.

Wees attent op wat er al is aan informatie, breng structuur aan en combineer informatie.
Tips: 

'Wees attent op wat er al is aan informatie, breng structuur aan en combineer informatie. Verder wordt het door naasten gewaardeerd als zij een visitekaartje ontvangen met wie zij contact op kunnen nemen voor vragen na ontslag.' Van Westering waarschuwt ook voor het invoeren van nieuwe termen, bijvoorbeeld centrale zorgverlener, in de acute fase. Men is al in aanraking gekomen met 5-10 professionals die in de eerste week met hen in gesprek zijn gegaan. 'Tot slot: bedenk wat vanuit de patiënt/naaste de meest voor de hand liggende persoon is om deze informatie te overhandigen.' 

Tags: 
Contact: 

Nelleke van Westering
Master Neurorevalidatie Catharina Ziekenhuis Eindhoven
Nelleke.v.westering@catharinaziekenhuis.nl

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.